Wie was meester Lalleman?

Meester Lalleman

1820 - 1901

Vroeger werkten veel kinderen in Moordrecht en omgeving in touwslagerijen en steenplaatsen. De arbeidsomstandigheden waren in die tijd heel erg zwaar.
Kinderen van 5 tot ongeveer 15 jaar werkten hele dagen en konden daardoor niet naar school. Er was in Nederland wel een wet die het verbood om kinderen onder de 9 jaar in de mijnen te laten werken, maar het waren vooral de touwslagerijen en steenfabrieken waar de kinderen werkten en voor hen was niets in een wet geregeld.
De eigenaren van de werkplaatsen vonden het heel gewoon dat de kinderen meewerkten. Door de goedkope kinderarbeid konden de touwslagerijen nog een lange tijd voortbestaan. Iedere volwassen touwspinner werd geholpen door een kind dat het wiel in beweging bracht. Net als Michiel de Ruijter draaiden de jonge kinderen in Moordrecht dagelijks aan het grote wiel om de touwen te slaan. Dit was zwaar werk: soms werd er wel een touw gemaakt van bijna tweehonderd meter lengte!
De touwbaan zelf stond buiten. Alleen boven het wiel was een afdakje gemaakt. De raddraaiers,de kinderen die het wiel ronddraaiden, stonden dus in zon, wind en regen.

Meester Lalleman was in die tijd schoolhoofd in Moordrecht. Hij was een vakonderwijzer met hart voor de zaak en hij deed alles om meer kinderen op school te krijgen. Halverwege de negentiende eeuw schreef hij aan het gemeentebestuur dat zijn klassen leeg bleven en dat er te weinig kinderen naar school kwamen. Maar het gemeentebestuur reageerde niet. De meester begreep dat hij, om meer kinderen op school te krijgen, de kinderarbeid moest bestrijden.
Daarom richtte hij een avondschool op, zodat de kinderen die overdag in de touwbanen werkten toch les konden krijgen.
Het waren lange dagen voor de kinderen, die vaak 's morgens om vier uur al begonnen waren met werken. Ook meester Lalleman zelf maakte hierdoor lange dagen, maar hij had het graag over voor de kinderen.
Ondertussen bleef meester Lalleman brieven schrijven aan de regering om een einde te maken aan de kinderarbeid. Na een lange tijd kwam er een commissie die onderzoek deed en in 1874 een wet maakte: het zogenaamde 'kinderwetje van Van Houten'. Daarin stond dat kinderen tot 12 jaar niet mochten werken in fabrieken en werkplaatsen. Ze mochten alleen nog helpen op het land. Pas in 1900 kwam de leerplichtwet waarin stond dat kinderen van 6 tot 12 jaar naar school moesten.
Meester Lalleman is ruim 40 jaar onderwijzer geweest in Moordrecht.
Daarna ging hij op een school in Gouda werken om jongelui voor te bereiden op hun examen. Nadat hij met pensioen ging verhuisde hij naar Amsterdam. Maar in Moordrecht is meester Lalleman niet vergeten. Hij was een bijzonder mens met een groot hart voor kinderen.
Daarom heet onze school PCB Meester Lalleman!